Page content

Mijn potloden – even mijmeren

Mijn potloden – even mijmeren
In mijn mand met papierwaren zit ook een klein doosje met potloden. “Himself the Elf” staat er op de voorkant. Ik kreeg dat ooit toen ik waarschijnlijk een jaar of 8 was. En nu, de veertig gepasseerd, heb ik dat doosje nog steeds. Nu moet je niet denken dat ik alles uit mijn kindertijd bewaar. Ik heb nog wat tekeningen, een oud serviesje, wat rapporten en een poezie-album, naast fotoalbums die vertellen over heel veel mooie en dagelijkse kostbare momenten.
 

Mijn eigen tekensetje. Ik herinner het me nog zo goed. Op ieder potloodje een elfje in de kleur van het potlood. De lichtblauw gebruikte ik, zo te zien, het minst. Of de punt brak niet zo snel af, dat kan natuurlijk ook.

Toen ik net weer een papiertje nodig had zag ik mijn ‘tekendoosje’ weer. Nog steeds in de originele verpakking. Het gummetje er ook nog steeds in, maar de puntenslijper is verdwenen. En opeens herinnerde ik weer hoe ik me voelde toen ik dit kado kreeg. Toch alweer 35 jaar geleden, maar dat gevoel van toen ga ik waarschijnlijk nooit meer vergeten. Ik dénk dat ik dit met Sinterklaas kado kreeg, maar het kan ook op mijn verjaardag geweest zijn. Wat was ik blij met dit kado; het was helemaal van mij! Mooie kleurtjes, een gummetje met een print, een puntenslijper in een glimmende verpakking met een print van twee knuffelende elfjes erop, die me nog steeds heel tevreden en blij aankijken. Ik hield mijn potlodenschat goed in de gaten: er mist tot de dag van vandaag geen enkel potloodje, ontdek ik net. Vroeger werd er wat minder met kado’s gesmeten dan heden ten dage. Althans: dat idee heb ik. Kan ook aan je omgeving liggen, het gezin waarin je opgroeide.
Toen ik geboren werd, was de wederopbouw van (na) de oorlog al grotendeels voltooid. Ons land werd steeds welvarender, en dat nam in alle decennia die erop volgden alleen maar toe.

De kadootjes(over)vloed

We kregen vroeger heus wel kadootjes met onze verjaardag en met Sinterklaas. Maar enorme hoeveelheden waren dat niet. De aanschafprijs van de kadootjes die we kregen was ook niet torenhoog. Mijn eerste ‘dure’ kado was op m’n dertiende een gitaar, en daar moest ik nota bene nog de helft van meebetalen (werd me bij het overhandigen van het kado meegedeeld, echt waar, LOL).
Ik merk dat ik ouder word. Want als ik ouders om me heen hoor zeggen: “Ik moet nog wat extra kadootjes kopen want dit kadootje kostte maar een tientje”, dan krommen mijn tenen in de vorm van een vraagteken en rol ik intern met mijn ogen. Wat érg dat we zo ver zijn gekomen. We moeten dus minstens aan een bepaald bedrag komen. Want anders? Dan is je kind niet tevreden? Of vind jij dat je je kind tekort doet? Of ben je bang wat andere ouders denken van jouw schamele tien-euro-kado? Dan voldoe je niet aan het predikaat ‘goede ouder’?

Welvaart: we love it

En dan is alles ook nog eens heerlijk goedkoop geworden, dankzij kinderardbeid, onderdrukking van fabrikanten in een ver buitenland, het gebruik van goedkope, minder duurzame materialen. We rennen in groten getale naar de Action en andere prijsknallers. Wat kan je daar veel kopen voor weinig! En ondertussen betalen we daar een te hoge prijs voor, zucht onze aardkloot.
Door onze welvaart – waar ik zelf enorm van mee geniet; we hebben nergens tekort aan en ik vind dat fantastisch – wat ik nodig heb schaf ik gewoon aan! – zijn we het heel erg normaal gaan vinden om veel te hebben en veel te kopen. En omdat alles toch lekker goedkoop is hoeven we meestal niet twee keer na te denken. En als het niet meer leuk is, of (te) snel kapot gaat, laten we hier amper een traan over. Dan kopen we toch gewoon weer iets nieuws? Action om de hoek! We vinden het inmiddels doodnormaal.
Mijn moeder vertelde een keer dat vroeger de panty’s met de hand gemaakt werden. Ze werkte toen ze jong was een tijd in een pantyfabriek. Als zij een nieuwe panty kocht kostte dat een weekloon. EEN WEEKLOON!!! Dat kan je je nu niet meer voorstellen. Zuínig dat ze met haar panty deed! En zodra de panty een mankement vertoonde werd de panty hersteld. Die ging pas als ‘ie tot het laatste draadje afgedragen was richting prullenbak. Dat hoeft nu niet meer want je koopt voor een prikkie weer een nieuwe joh.

Irritatiegrens al bereikt?

En dan kijk ik weer naar mijn tekendoosje, in originele verpakking. Het plastic hier en daar vergaan, en ik vraag me af of de potloden het nog doen. Maar oh, wat was ik blij met dit kadootje. Want ik kreeg niet zo vaak kadootjes. En ook niet zoveel. Ik koesterde mijn potlodenschat, en plakte er een sticker met mijn naam op, zodat iedereen zou weten dat het van mij was. Nu mesten ouders regelmatig de kamers van hun kinderen (en van zichzelf haha) uit, bewapend met een flinke rol vuilniszakken. Er is bijna geen doorkomen meer aan anders. (Begin ik je al te irriteren? Goed zo; dat betekent hoogstwaarschijnlijk dat ik iets heb geraakt bij je. Ik hou van prikkelen: lees alsjeblieft nog heel even verder?)

Overvloed is GOED

Staan we nog stil bij wat we hebben? Bij wat we verkwanselen, aanschaffen en achteloos weer naar de kringloop brengen of in de kliko dumpen? Of heb jij jouw variant op mijn potloden van “Himself the Elf”, die je koestert; hoe klein het ook is? “Nou zeg, wat een moraliteitsridder ben jij,” denk je misschien wel, terwijl je geneigd bent mijn duurzaamheidsblog weg te klikken. Want jij bepaalt toch zeker zelf wel wat je koopt, en hoeveel, hoevaak en waar? En ja inderdaad, dat doe jij. En dat mag ook. Maar mag ik dan mijn mijmerblogje deze mooie wereld inslingeren met de wens dat we gewoon wat minder, maar wel bewuster kopen? En dat wát we kopen gewoon prachtig, mooi, duurzaam is en ons blij en dankbaar maakt? Ja, zeker; duurzame producten zijn echt wel wat duurder. Of iets minder kado’s: dat is misschien best wel even wennen, als je normaal de kerstboom bijna niet meer kunt zien. LOL.
Nu ben ik bijvoorbeeld op zoek naar een duurzame yogalegging. Drie keer zo duur dan de hippe leggings via Zalando. Aan mij de afweging of ik het kan en wil betalen. En er misschien iets anders voor moet laten. Maar laten we asjeblief onze kinderen, en mensen om ons heen bewust maken van kwaliteit en niet van kwantiteit. Dat het om het gebaar gaat en niet om de hoeveelheid of de frequentie. Wees vooral gul in het geven van knuffels, qualitytime met je kinderen en met je geliefden. Strooi gul rond met complimenten, steun, hulp en onverdeelde aandacht, of kom op de proppen met een beleveniskado, of een doe-kado.  Over duurzaamheid gesproken: daar kan geen kadootje van de Action tegenop.

Je bezittingen koesteren: er zuinig mee omgaan en niets voor lief nemen. Dat maakt me dankbaar en nederig. En steeds minder bij de Action en andere niet duurzame winkels kopen: dat geeft een voldaan gevoel. 😀

Zuinig en bewust leven

Zuinig en bewust leven
Zuinig en bewust leven zonder een geitenwollensokkeninstelling. Kan dat? Ik weet het niet. Maar het maakt me ook eigenlijk niet zoveel uit. Ik word in ieder geval steeds enthousiaster (en fanatieker…) in zuinig, duurzaam en bewust leven.
In mijn omgeving worden er nog wel eens hier en daar wat wenkbrauwen opgetrokken als ze me bezig zien. Vroeger was ik bang dat ik net zo zonderling als mijn vader en moeder zou worden. Ik geloof dat ik aardig op weg ben met het levensmotto van zuinig, bewust en duurzaam leven.
Ik denk veel na over bewust leven. En naar aanleiding van een mooi artikel in Flow Magazine besloot ik maar eens wat gedachtenspinsels op digitaal papier te zetten. Op mijn post hierover op Facebook reageerde vriendin E mooi: zuinig leven hoeft in ons geval niet niet meer vanuit armoede, maar vanuit overvloed, vanuit een keuze. Dat is een hele luxe. Want verplicht zuinig moeten leven: dat ken ik ook. Er waren tijden dat ik net aan genoeg geld had voor de huur en een paar gulden per maand had voor eten. Ik at het goedkoopste wat er was. Dat was vaak witte rijst, winterpeen en witte kool. Een heel brood: daar moest ik een week mee doen. En in de zomer begon dat brood nog wel ’s voortijdig te schimmelen. Een vriezer had ik niet. En in de koelkast bewaren: daar dacht ik toen niet aan haha. Dus de ontstane schimmel sneed ik er uit want een andere keuze had ik niet. Ik weet wat het is om te bedenken welke van de drie of meer belangrijke aankopen ik het beste kon doen van die ene gulden.

Vroeger moesten we zuinig zijn

Mijn moeder was, en mijn vader is heel zuinig. Hoewel ze het niet arm hadden smeten ze geen geld over de balk. Want mijn vader is voor de oorlog en mijn moeder was van net na de oorlog. Zij weten van hun kindertijd wat armoede, honger en kou is. En ze zijn ook in de jaren later toen er meer geld was zuinig blijven leven. Een etentje met z’n tweeen waar je EU100 of meer voor neertelt; daar deed mijn moeder niet aan. Niet dat ze schrieperig was, maar ze kon net zoveel genieten van een harinkie van EU 2,50 van de visboer verderop. Een kopje waarvan het oortje is afgebroken lijmde ze met veel geduld. En omdat ze van haar kleine aow-tje goed kon rondkomen was er altijd geld om te geven aan heel veel goede doelen. Mijn moeder ving haar douchewater op en spoelde daar het toilet mee door. Om maar eens een van haar 1537 sustainable duurzame life hacks te noemen. Mijn vader eet oud overgebleven brood van de bakker en heeft niet eens warm water in huis.
Ik leerde van mijn moeder: zuinig zijn met wat je hebt, en wat stuk is kan je proberen te repareren. Ookal is het in de winkel vaak snel(ler) gehaald of besteld en kost het tegenwoordig vaak geen drol meer. Dat is namelijk niet de enige reden om zuinig en bewust te leven. Want zuinig zijn met grondstoffen zijn we een beetje vergeten door alle goedkope producten.
En ik? Ik geniet van luxe maar leef zo bewust mogelijk en hou niet van verspilling. Soms omdat het geld scheelt. Soms omdat het beter voor het milieu is. En altijd omdat het bij mijn levensmotto past. Ik hou niet van materiele overdaad in het algemeen. Een bomvolle moestuin daarentegen geeft me veel fun! Duurzame life hacks vinden geeft me een enorme kick!

een mooi artikel in Flow Magazine

De keerzijde van welvaart

We zijn in ons mooie land over de decennia heen een stuk rijker dan een halve eeuw geleden. Toen moesten we een broek herstellen omdat een nieuwe kopen gewoonweg te duur was. Dus dat deden onze ouders en voorouders. En toen we meer begonnen te verdienen konden we er ook voor kiezen om gewoon een nieuwe te kopen. En alles werd relatief ook goedkoper doordat veel producten geïmporteerd werden uit het goedkopere buitenland.
We zijn meer gaan kopen en consumeren. Dat geeft best een gevoel van rijkdom en luxe. En daar houden we van. En ik denk dat er bij onze toenemenende welvaart er bij heel veel van ons een denkfout is ingeslopen. Dat bij het groeien van onze besteedbare inkomen we ook een groter huis willen hebben. Met een grotere auto. En een verbouwing. En meer of luxere vakanties. En meer bezittingen. En toch een nieuwe keuken. Gewoon omdat het kan.
Is dat dan altijd maar verkeerd? Nee, dat hoor je mij niet zeggen. Maar laten we even deze vraag stellen aan onszelf: is het logisch dat bij een hoger inkomen ook mijn uitgavepatroon mee omhoog gaat? Vroeger dacht ik: als we een huis gaan kopen moet het een groot huis zijn. Maar we zijn en blijven met z’n tweeen. Opeens dacht ik: dat moet ik ook allemaal schoonhouden. En dat grote huis moet ook warmgestookt worden in de winter. En dat huis moet onderhouden worden. Meer energie- en grondstoffenverbruik. En is het wel zo nodig?
Als ik zou mogen kiezen dan zou ik echt wel graag een grotere keuken willen. Een een grotere moestuin. Maar ik ben allang niet meer van het automatisme dat alles groter en beter moet als het financieel wel mogelijk zou zijn.

Een vaak onbewuste denkfout

Die denkfout geeft namelijk ook een druk: een groter huis dus een hogere hypotheek. Een dagje minder werken om je aan je hobby, een goed doel, je familie of iets anders te verbinden is dan helemaal niet zo makkelijk. Terwijl er meer is dan werken om je inkomen binnen te halen.
Kijk; ik hou van mijn werk! Maar ik hou ook van leuke uitstapjes, me verliezen in mijn hobby, borrelen met vrienden, hangen op de bank en mijn familie bezoken. En als ik dan geen 50 uur per week werk heb ik daar meer tijd en energie voor.

Ben jij bewust van jouw ecologische voetafdruk?

Ik hoop ook met mijn duurzame instelling bij te dragen aan een minder grote ecologische voetafdruk. Want lieve mensen, we hollen onze aardkloot behoorlijk uit. Een katoenen shirtje is zo gekocht. Maar katoen verbouwen en op de reguliere manier verwerken geeft een behoorlijke aanslag op het milieu. Een gaatje in een shirt probeer ik dus zo netjes mogelijk te dichten. Ik stop ons ondergoed zolang het nog zin heeft en ik koop niet zomaar een kledingstuk omdat het leuk en lekker goedkoop is. Ik vond het jarenalng een sport om mijn schoenverzameling flink te doen laten groeien. Maar nu ben ik blij met een paar kwalitatieve goeie (én hippe!!!) schoenen en laat ik me steeds minder vaak verleiden door een nieuwe aankoop.

Ontspullen geeft ruimte in je hoofd en huis

Ik lees vaak dat het overboord gooien van ballast (in je hoofd en je huis) bevrijdend werkt. En dat snap ik wel. Ontspullen: dat was in 2016 volgens mij HET woord. En het voelt lekker! Je huis uitzoeken, veel naar de kringloop brengen, zodat we bijdragen aan hergebruik. En gewoon minder vaak wat kopen. Want een groot deel van onze inkopen zijn gestuurd door slimme psychologie in advertenties en winkels. Veel van wat we aanschaffen blijkt een impulsaankoop te zijn.

Zuinigheids- en duurzaamheidstips

Okay. Nu wat praktische tips na deze bloemlezing.
  • Ga mindful en dus voorzichtig met je bezittingen om. Het blijft hierdoor langer mooi en goed. Het gaat minder snel stuk en het raakt minder snel zoek.
  • Vraag je bij het bijna overgaan tot een aankoop af: heb ik het echt nodig? Kan ik er ook zonder mee?
  • Probeer te lenen of te ruilen als het om een product gaat dat niet niet heel vaak nodig hebt.
  • Ga langs bij de kringloop of zoek op marktplaats.nl
  • Zoek een creatieve oplossing met wat je al in huis hebt.
  • Kies voor een kwalitatieve en duurzame aankoop en ga niet alleen voor een goedkope korte termijndeal.
  • Kick af van emotionele aankopen en mest in plaats daarvan een keer je keukenkast of kledingkast uit. Muziek op 10 en gaan! Geeft een veel beter gevoel.
  • Maak er een sport van om niet iets nieuws aan te schaffen omdat je dat nu eenmaal altijd deed. Koop dus nu een keer geen nieuwe iPhone zodra ‘ie uitkomt, je kunt er echt wel iets langer dan een jaar mee doen. Ermee bellen blijft mogelijk; ook als er een nieuwe versie uit is. #cynisch
  • In plaats van te steigeren en te denken: ja hallo, jij rare; kan ik nu niets meer aanschaffen en is een groter huis volgens jou nou echt onnodig? Of roepen dat iedereen dan wel in een hutje op de hei kan gaan wonen –  kan je jezelf afvragen: wat kan ík doen? De verwarming een halve graad lager? Minder vaak de auto pakken? Minder voedsel verspillen? Zuiniger met m’n telefoon doen? 15 paar schoenen per jaar kopen in plaats van 25? Afkicken van mijn koopverslaving?

Zuinig leven is niet altijd goedkoop

Dit zuinige leven zorgt niet altijd voor een dikkere bankrekening overigens. Want wat ik koop is meestal wel duurder. Ik kies niet meer zo snel voor een C&A of New Yorker shirt van EU 5 dat een jaar meegaat. Een fair trade bamboeshirt kost EU 30 in de sale, maar daar ga ik dan ook echt jaren mee doen. Dus op lange termijn zal het op veel vlakken wel schelen! Moedertje Aarde zal veel meer hebben aan duurzaam en bewust leven. Ik hoop dat je meedoet met me en mij inspireert in wat ik nog meer kan leren van jou!
Zo zie je maar; als je bewust in het leven staat en meer gaat leren en ontdekken over duurzaamheid, zie je dat dat op heel veel vlakken voordelen heeft.

Overdaad.

Ja graag in knuffels, liefde,

aandacht, zorg en creativiteit

alstublieft.

 

Tips voor minder voedselverspilling

Zullen we dit nu weggooien of volgende week?

“Zullen we dit nú weggooien, of volgende week?” Ooit hoorde ik deze hilarische opmerking. Je bewaart een kliekje, maar uiteindelijk belandt het alsnog een paar dagen later in de kliko. Herkenbaar voor iedereen, no doubt about it. Maar we gooien met z’n allen dus tonnen voedsel weg. Niet echt duurzaam, en ook nog ’s jammer van het geld. We zijn een beetje verwend geraakt. Voedsel is redelijk goedkoop voor ons, dus ach, we kopen wel weer nieuw. Maar als je ’s wist hoeveel grondstoffen er verloren gaan, los van het daadwerkelijke voedsel dat we weggooien. Grondstoffen die nodig waren om dit product bij jou thuis te krijgen.

Om te voorkomen dat je uiteindelijk toch nog voedsel weg moet gooien, de week nadat je ’t besloot te bewaren is het nodig om een plan de campagne te hebben. Smijt niet zomaar alles in je koelkast of vriezer. Maar gooi het ook niet zomaar weg in de prullenbak. Hier zijn vijf handige tips om in je eigen keuken voedselverspilling tegen te gaan.

1. Labelen

Als je restjes of half aangebroken verpakkingen bewaart, zorg dat je ’t labelt, net als in de professionele keuken. wanneer gemaakt/aangebroken. Ik heb schilderstape in de keukenla: makkelijk beschrijfpaar, plakt goed, is makkelijk te verwijderen en het scheurt makkelijk. Op die manier hou ik bij wat ik in de koelkast en vriezer heb en van wanneer het is.

2. Bundelen: op één plek bewaren

Zorg dat je je geopende verpakkingen, kliekjes en restjes vervolgens allemaal bij elkaar bewaart, en niet kriskras door de koelkast. Ik bewaar alles op de onderste koelkastplank. Daar is het ook het koelste. Als ik lunch maak, of ga koken voor het avondeten bekijk ik wat ik op deze plank heb staan. Belangrijk is: hou dagelijks in de gaten wat je in de koelkast (en op de fruitschaal) hebt liggen.

Vroeger aten we wel eens een boerenkoolprak op de boterham. Herkenbaar of waren wij toen al duurzaamheidsfreaks?  Een lekkere salade maken met een wok- of pastasausrestje, en wat verse rauwkost erdoorheen is eigenlijk altijd gewoon een voltreffer! Zo voorkom je dat je halve eenpersoonsporties (want wat moet je nog met zo’n klein beetje) weggooit.

3. Vriezen

Soms weet je dat je een aangebroken verpakking niet binnen een aantal dagen opnieuw gaat gebruiken. Niet alle ingredienten lenen zich om regelmatig te gebruiken. Soms kook ik 3 x per week met kokosmelk, soms drie weken niet. Soms ben ik veel van huis, en weet ik dat ik weinig tijd kan doorbrengen in de keuken. Daarom vries ik producten waarvan ik weet dat ik die niet snel zal gebruiken in. Ik maak er platje pakjes van (dat ontdooit handig en je bespaart ruimte) en label deze.

Halve maaltijden, een portie pasta zonder saus, een paar aardappels, citroenschillen (bio!), ik bewaar het állemaal in de vriezer (als ik weet dat ik het niet in een paar dagen tijd op maak). Ik vind het echt doodzonde om kleine restjes weg te gooien als je weet dat je dit op een kliekjesdag in een handomdraai tot een heerlijke maaltijd kunt omtoveren.

En een volle vriezer kost minder energie: nog eentje voor een duurzamer leven!

4. kliekjesdag

Als je veel restjes hebt: een kliekjesdag plannen! Kan van zowel koelkastrestjes als vriezrestjes (want die wil je niet 2 jaar in je vriezer bewaren…). Het geeft soms bijna een tapasgevoel, al die verschillende gerechtjes op tafel. Op deze manier hou je je koelkast overzichtelijk en ben je in 1 keer van je kliekjes ‘af’.

Maak een omelet, beleg de helft van de nog niet helemaal gare omelet met kliekjes groente, woksaus, aardappels, etc, klap dicht en laat verder garen. Een feestje!

Een soepje met restjes van diverse groente, aardappel, rijst, peulvruchten, rauw of al gekookt: joh…! Hemels. Als je genoeg ruimte in je vriezer hebt gebruik je een plastic bak om steeds groente en andere soepwaardige restjes in te bewaren. Je gebruikt minder plastic (beterrrr) en je houdt beter overzicht over hoeveel je nu hebt gekliekt. Uitje fruiten, knoflook erbij, lekker wat kruiden en je batch met kliekjes. Water erbij, gistvrij bouillonblokje eventueel. Happy days (zou mijn idool Jamie Oliver zeggen).

5. ‘Vergeten’ groente

En dan heb je toch even niet goed je koelkast in de gaten gehouden. Een zak slijmerige wortels (getver!), bruine krop sla, een bosje halfvergane kruiden… Wie herkent dit niet? Je kunt alles met een vies gezicht direct linea recta naar de kliko brengen, of je slikt een keer en onderzoekt wat er nog wel bruikbaar is. Een zak half vergane spinazie kan echt nog wel bruikbaar materiaal opleveren. Even in een afwasteil en je vist vanzelf de bruikbare groene blaadjes eruit. Nou ja… vanzelf? Het kost je wel een beetje extra moeite en tijd.

De slijmerige wortel raak je misschien liever niet aan, maar hee… even boenen of raspen en dan ontdek je dat je daar prima een soepje mee kunt pimpen, net als dat half bruine bosje peterselie in de koelkast. Duurzaam leven kost nu eenmaal echt wat meer moeite, maar ik vind echt dat we dat verplicht zijn aan onze planeet. Wat vaker de fiets en de benenwagen in plaats van de auto, wat minder weggooien, en wat minder koopgraag leven. We can do it!

6. Experimenteren

Je moet niet vies zijn van een beetje experimenteren. Want hoe moet je van een restje pastasaus, kikkererwten, feta, aardappels en wat rauwkost nu een samenhangend geheel maken?

Ik maakte van twee wokrestjes vorige week een soort pasteitje. Hoe? Een eenpersoonsdeegje maak je met 40 gram (boeweit)meel en 20 gram water. Goed kneden, uitrollen, een kant van het deeg vullen en dichtklappen. Bak dit 25 minuten in de oven op 160 graden en je weet niet wat je proeft. Dit kan je ook doen met alleen wat restjes groente. Beetje zout en peper erbij, wat (verse) kruiden of een beetje geraspte kaas. Lovely!

Een restje bietendip gebruikte ik als basis voor een bietenburger. Ik bakte er vier van en kon me amper inhouden om ze niet alle vier op te eten. Soms zal het niet echt fantastisch smaken, maar hee: dan heb je wel weer wat geleerd. En m’n lief en ik zeggen dan vaak tegen elkaar: het is gezond, morgen weer een nieuwe kans. En hoe vaker je experimenteert, hoe meer je leert over verhoudingen, smaakcombinaties, de do’s en de dont’s. Het lijkt wel op het echte leven!

Een bakje bietendip – nog goed maar de smaak… mwah – gebruikte ik als basis voor deze DELISH vegan bietenburgers. Beetje meel erbij, heel heel heel veel kruiden, wat chiazaad en fijngesnipperde ui.

Een zeer bejaarde winterpeen en een afzichtelijke verfrommelde appel uit de tuin verwerkte ik in deze glutenvrije koekjes. Een heerlijke treat bij de koffie.

Een gekookte zoete aardappel ging in deze onkruidendip. Het verzacht de smaak iets, werkt als bindmiddel en je krijgt nog meer groente binnen. De crackers op de foto maakte ik van de pulp die overblijft van het slowjuicen van groente. (recept op m’n website!)

7. Stop voedselverspilling op facebook

Ik ben lid van de facebookgroep ‘stop voedselverspilling’ in onze woonplaast Ede. Geweldig initiatief! Mensen die nog wat over hebben van hun avondeten of iets in de koelkast vinden dat op moet maar het zelf niet meer op tijd redden. Fotootje en omschrijving erbij, en je wil niet weten hoe positief daarop gereageerd wordt! Niet in jouw woonplaats? Gewoon een groep starten!

8. Vraag hulp

En wil je wel iets maar weet je niet wat? Stel je vraag op facebook aan je vrienden of plaats een berichtje op mijn facebook en ik schiet je te hulp! #beanietotherescue

Zet ‘m op, laat je niet weerhouden door wat extra werk of mensen uit je omgeving die je maar extreem en raar vinden. Verspílling is raar. Bam.

like

Zorg er met 1 klik voor dat je geen nieuwe ontwikkelingen mist