Stoofpeertjes inmaken
arrow_drop_up arrow_drop_down
27 september 2019 

Stoofpeertjes inmaken

Stoofpeertjes. Heerlijk! Ik moet altijd aan vroeger denken. Mijn moeder, op ‘haar’ stoel, schort aan en de peertjes (ik denk bij de boer vandaan) aan het schillen met een aardappelschilmesje. Een dunschiller gebruikte ze eigenlijk nooit. Ze sneed de stoofpeertjes daarna in kwarten en haalde het klokhuis eruit. Daarna de pan in; urenlang op een laag pitje, en heel vroeger zelfs op het petroleumstel. Mijn moeder was altijd heel goed in ‘lage pitjes’; daar moet je geduld voor hebben.

Ze voegde verder niets toe: geen suiker, geen kaneel, geen wijn. Alleen aan het eind een beetje maizena om het kookvocht te binden. We aten eigenlijk alleen peertjes met bijzondere gelegenheden: met kerst bijvoorbeeld. Dan schepte ze de peertjes in een Arcopalschaal en stopte ze aan de zijkanten wat beschuiten. Die werden dan in het vocht gedrenkt, en daarna moesten we met z’n vieren goed opletten of iedereen wel een eerlijk deel kreeg. Ik heb nog nooit bij iemand anders gezien dat er beschuiten werden toegevoegd! Is dat iets van vroeger of was mijn moeder gewoon enorm creatief, zuunig en experimenteel?

Zonder suiker?

En ook ik maak de peertjes nog steeds zonder suiker. Voor zowel de houdbaarheid als de smaak vind ik het toevoegen van suiker absoluut niet nodig.

Er wordt veel gewaarschuwd over inmaken: hygiëne, je hebt suiker nodig om te conserveren! Die hygiëne: absoluut. Steriliseer je potten dus goed en werk met schone handen en schone keukengerei. Maar suiker om te conserveren? Ik maak al jaren druivensap, bramensaus, appelcompote, kweepeerpuree in zonder suiker, zonder geleisuiker, of zonder kokosbloesemsuiker. Als ik ze (soms jaren na het inmaken) open zijn ze nog helemaal prima.

Als je nu ladingen water toevoegt aan de peren, dan wordt het kookvocht ontzettend waterig, en dan zal je inderdaad een zoetje missen. Lees in de “Aan de slag” alinea hoe je een heerlijk zoete siroop zonder suiker krijgt.

Smaakmakers toevoegen?

Even over die smaakmakers hè… Koken in wijn is natuurlijk prima, maar als je de peren heel langzaam laat stoven in een klein laagje water, dan is de smaak van die pure peer zo ontzettend lekker… Die wijn drink ik dan liever in een glas erbij! Hetzelfde geldt voor de kaneel, steranijs. Dat is natuurlijk helemaal smaakafhankelijk. Ik voeg liever eventueel nog een smaakmaker toe op het moment dat ik mijn ingemaakte peren ga verwerken in een gerecht.

Maar ga vooral je gang als je wilt, er is niets mis met het toevoegen van het een of ander! Vooral als je af wilt kicken van suiker, dan kunnen smaakmakers als kaneel en steranijs je wel helpen in je zoete-smaak-behoefte.

Stoofperen inmaken vs invriezen

Inmaken doe ik al jaren met veel plezier. Maar peren inmaken deed ik vorig jaar voor het eerst. Het was gewoon nog nooit eerder nodig geweest: ze zijn zo lekker; die zijn dus snel op!

Maar ik had een zak stoofperen uit de tuin van vriendinnen Es & Es gekregen. Te veel voor mij alleen – manlief is er geen fan van – en een feestmaal met anderen die week zat er niet in. Invriezen: nee, want vriezer vol. Dus de logische conclusie was: waarom zou ik dit niet gaan inmaken: want wát ik kan drogen en inmaken in plaats van in te vriezen heeft eigenlijk wel mijn voorkeur.

Voorbereidingstips

  • Zorg dat je altijd een voorraadje glazen potten in huis hebt. Het liefst diverse formaten; da’s handig. *) Potten hoef je niet nieuw te kopen: gewoon opsparen of aan je omgeving vragen!
  • Zorg ook dat ze helemaal vrij zijn van etiketten en stickerresten, dat de deksels geen beschadigingen bevatten, etc.
  • Zorg voor een schoon werkoppervlak en dat alle keukentools klaarliggen

*) ik gebruik potten bijna overal voor: ik bewaar er kliekjes in, neem mijn eten ‘on the go’ er mee in, ik vries er eten mee in, ik bewaar mijn kruiden erin, brand er voor de gezelligheid een waxinelichtje in, vang er spinnen in de kelder mee, en ga zo maar door!

Steriliseren

Steriliseer de glazen potten en deksels  in een pan met kokend water en een heel klein beetje soda gedurende 5-10 minuten. Hevel de potten daarna met een kooktang over in een pan met kokend water gedurende 5-10 minuten. Pak de potten en deksels met een kooktang uit het kokende water en leg ze met de bodem op een doek: dus op de ‘normale’ manier. Op de kop zetten ivm het evt. vocht hoeft niet: dit stoomt snel droog. De deksels leg je met de rug op de doek. Doe dit net voordat je alles in de potten schept zodat de potten zo steriel mogelijk zijn en loeiheet!

Je kunt de potten ook steriliseren door een wasprogramma van je vaatwasser te draaien. Maar dan wel even een duurzaamheidsverzoek: draai dan geen programma alleen voor een paar potten hè…? Joe!

Aan de slag

  • Schil de peertjes en verwijder rotte/aangevreten plekken. Hebben beestjes zich in de peer ingevreten: snij dan de gave stukken van de peer af: met die kleine stukjes kan je prima de kleine ruimtes in de pot vullen!
  • Was de peertjes nog even af en zet ze in een pan met water op. De hoeveelheid water hangt af van de hoeveelheid peren natuurlijk. Ik zet de peren NOOIT helemaal onder water; dit is NIET nodig om ze gaar te stoven. En met slechts een laagje water krijgt het kookvocht ook een diepe, geconcentreerde smaak. Indicatie: een derde deel van de stoofperen staat ongeveer onder water. Zodra de peren koken, zet je de pan op het kleinste & laagste pitje (gebruik evt. een treefje!), hou het deksel erop en controleer regelmatig
  • Nu heb je een paar uur niets te doen terwijl de peren langzaam gaar stoven en een prachtige kleur ontwikkelen. Hoe lang het duurt hangt onder andere af van de grootte en het soort stoofperen. Neem in ieder geval drie uur de tijd zou ik zeggen. Vlak voordat de peren gaar zijn steriliseer je de potten (zie alinea hierboven)
  • Pak de pot vast met een ovenhandschoen en schep de peertjes in de pot. Zorg hierbij dat je de randen van de pot niet raakt. Tik de pot af en toe zachtjes op het aanrecht (met een doek als ondergrond!) om luchtbellen eruit te tikken. Vul gaatjes evt op met kleine stukjes peer en vul de pot tot 2 cm onder de rand
  • Giet het kookvocht tot 1 cm onder de rand en tik om de overige luchtbellen te verwijderen. Belangrijk is dat de pot tot die ene centimeter helemaal wordt gevuld met het perenkookvocht! **). Draai het deksel stevig op de pot en zet omgekeerd neer. Draai pas weer om als je een plop hoort óf als de inhoud volledig is afgekoeld.

**) Heb je onverhoopt toch te weinig vocht? Kook snel wat water en vul het kookvocht hiermee aan in de pot. Let op: alleen kokend water zonder het perenkookvocht raad ik niet aan.
Zie je al snel dat je juist teveel kookvocht hebt? Giet de peren dan af, kook het in tot de gewenste hoeveelheid, giet weer terug en breng samen nog even aan de kook. Teveel kookvocht resulteert namelijk in een slappe smaak.

Houdbaarheid

De ingemaakte stoofperen zijn – als ze onder bovenstaande omstandigheden zijn verwerkt – zeer lang houdbaar. Bewaar ze koel en donker. Label je pot met: inhoud, datum, evt bijzonderheden (“peertjes uit tante Rita’s tuin” – of in mijn geval “van Es & Es”) en evt. toegevoegde smaakmakers.

Heerlijk om koud of warm op te eten; zo veelzijdig die stoofpeer!

Over de schrijver
Reactie plaatsen